zaterdag 1 juni 2013

Michael Ondaatje - Pig glass

VARKENSGLAS

Bonjour. Dit is varkensglas
een stukje bewolkte zee

door zwijnen opgediept uit de grond
en geslepen tot kiezelsteen
strijk het over je wang
het zal je niet snijden

en dit is mijn hand een taal
gestrand voor jaren hou hem
tegen je buik                             
Het varkensglas
dacht ik
was het glazen oog van West-Vlaams Zonnebeke
stilaan vergeten geschiedenis
wachtend om opgerakeld te worden
Er is geen verleden tot je ademt
op zulk groen glas                            
wrijf het
over je buik en wang

De familie Meeks gebruikte dit terrein
jaren geleden voor het storten van tin 
aardewerk vorken hondenpenningen
en elke morgen
woelen varkens om die baren
rooien het weer
in de mogelijkheden van roest 
op een ochtend vond ik een complete as
een andere dag een zwengel
maar dit is varkensglas
getest met smalle tanden
en blijft achter. Groen cadeau van de ochtend         
Zonnebeke's bijouterie.  

Daar is het ringetje van een duivenpoot
een vergeeld plakkaat van Passendale's Kaasmakerij
brieven uit 1925 aan een dode moeder die ik
aantrof in het vertrek boven de tractorschuur.
Dagboeken vol gezinsgeluk
knechtschap in boerderijklimaat
een werkhandschoen in een kartonnen doos
platgevouwen en stijf als een bloem.

Een fles door houthakkers
na middernacht uit een kar gesmeten
slaat kapot op een rots.
Dit groene fragment laat
de boemmm achter zich wanneer glas
losbarst uit zijn gladheid.

nu opnieuw glad als een knokkel
een tand op mijn tong.
Gemak dat door de huid bijt
verschuilt zich in de donkere namiddag van mijn zak.
Slangenspook.
Verbeten verhalen van glas.

===

Pig Glass Bonjour. This is pig glass a piece of cloudy sea nosed out of the earth by swine and smoothed into pebble run it across your cheek it will not cut you and this is my hand a language which was buried for years touch it against your stomach The pig glass I thought was the buried eye of Portland Township slow faded history waiting to be grunted up There is no past until you breathe on such green glass rub it over your stomach and cheek The Meeks family used this section years ago to bury tin crockery forks dog tags and each morning pigs ease up that ocean redeeming it again into the possibilities of rust one morning I found a whole axle another day a hand crank but this is pig glass tested with narrow teeth and let lie. The morning’s green present. Portland Township jewelry. There is the band from the ankle of a pigeon a weathered bill from the Bellrock Cheese Factory letters in 1925 to a dead mother I disturbed in the room above the tractor shed. Journals of family love servitude to farm weather a work glove in a cardboard box creased flat and hard like a flower. A bottle thrown by loggers out of a wagon past midnight explodes against rock. This green fragment has behind it the booomm when glass tears free of its smoothness now once more smooth as knuckle a tooth on my tongue. Comfort that bites through skin hides in the dark afternoon of my pocket. Snake shade. Determined histories of glass.
Michael Ondaatje

donderdag 11 april 2013

Adrienne Rich - The art of translation


DE KUNST VAN HET VERTALEN

1

Je zegge en schrijve een keer te hebben, gezien:
rood haar over koude wangen, net van de snelweg,
je eigen taal, je vervaarlijk en vrijmoedige
ogen. Maar dan opstijgen naar huis, kilometer na kilometer,
waar ze van je bestaan nauwelijks weten,
-als terrorist noch als genie hielden ze je vast-
het terug naar mijn land te vliegen beladen
met jouw veldslag-klad notities-
Dat was een missie, jazeker: mijn kunst-bagage
volgepropt met jouw opwellend vocht,
zoete donkere druppels van je geest,
doorweekte de tas, het hemd dat ik droeg
en de bank waarop ik leunde.

2

Het is slechts een ambacht als elk ander
onschuldig met de schittering van leven daarin
en als ik dit doel behoud, kun jij het andere
dat betekent dat het verbroken is
verbroken tussen ons, verbroken ondanks ons
verbroken en daarom stervend
verbroken met geweld, verbroken met leugens
onschuldig, met de schittering van leven daarin.

3

Maar stel, dat we als kinderen op de grond kropen
over een knikkerbende, flessendoppen, folie, oude buitenlandse munten
- de eerste echt waardevolle spullen. Geroeste haken, glas.

Stel, ik zag de oorbel eerst, maar jij wilde hem.
Daarna de woorden die ik vond. Ik zou je
de oorbel geven, als was het gemalen lazuursteen,
Ik zou lang kijken naar het strandglas en de scherven
van de lamp. Lang ook in je hand
naar het verouderd koperen profiel, het  kattenoog, de lazuursteen.
Als een dief zou ik de woorden ontkennen, ontkennen dat ze ooit
bestonden, werden gesproken, of konden worden uitgesproken,
als een dief zou ik ze begraven en onthouden waar.

4

De handelsnamen volgen de handel
de vertalers stopten bij de paspoortcontrole:
Beroep: niets wat daarop lijkt -
Journalist, misschien spion?
Dat de boeken voor privégebruik zijn,
alleen - kon ik het zweren?
Dat geen woord daarvan
smokkelwaar is - hoe kon ik het bewijzen?

---

The art of translation

1
To have seen you exactly, once:
red hair over cold cheeks fresh from the freeway
your lingo, your daunting and dauntless
eyes. But then to lift toward home, mile upon mile
back where they'd barely heard your name
--neither as terrorist nor as genius would they detain you--
to wing it back to my country bearing
your war-flecked protocols--
that was a mission, surely: my art's pouch
crammed with your bristling juices
sweet dark drops of your spirit
that streaked the pouch, the shirt I wore
and the bench on which I leaned.

2
It's only a branch like any other

green with the flare of life in it

and if I hold this end, you the other

that means it's broken
broken between us, broken despite us
broken and therefore dying
broken by force, broken by lying
green, with the flare of life in it

3
But say we're crouching on the ground like children
over a mess of marbles, soda caps, foil, old foreign coins
--the first truly precious objects. Rusty hooks, glass.
Say I saw the earring first but you wanted it.
Then you wanted the words I'd found. I'd give you
the earring, crushed lapis if it were,
I would look long at the beach glass and the sharded self
of the lightbulb. Long I'd look into your hand
at the obsolete copper profile, the cat's-eye, the lapis.
Like a thief I would deny the words, deny they ever
existed, were spoken, or could be spoken,
like a thief I'd bury them and remember where.

4
The trade names follow trade
the translators stopped at passport control:
Occupation: no such designation--
Journalist, maybe spy
?
That the books are for personal use
only--could I swear it?
That not a word of them
is contraband--how could I prove it?

Adrienne Rich1995


zondag 9 december 2012

Ted Berrigan - Personal poem #9

Personal poem #9

It's 8:54 a.m. in Brooklyn it's the 26th of July 
and it's probably 8:54 in Manhattan but I'm 
in Brooklyn---------I'm eating English muffins and drinking 
Pepsi and I'm thinking of how Brooklyn is New
York City too---------how odd---------I usually think of it 
as something all its own---------like Bellows Falls---------like 
Little Chute---------like Uijongbu 
---------------------------------- I never thought 
on the Williamsburg Bridge I'd come so much to Brooklyn 
just to see lawyers and cops who don't even carry guns 
taking my wife away and bringing her back 
----------------------------------------------------No 
and I never thought Dick would be back at Gude's 
beard shaved off long hair cut and Carol reading 
his books when we were playing cribbage and watching 
the sun come up over the Navy Yard a- 
cross the river 
------------------------ I think I was thinking 
when I was ahead I'd be somewhere like Perry street 
erudite dazzling slim and badly-loved 
contemplating my new book of poetry 
to be printed in simple type on old brown paper 
feminine marvelous and tough

Ted Berrigan

---

Eigen gedicht nr. 9

Het is 6 voor 9 's ochtends de 26ste juli in Brooklyn 
en waarschijnlijk is het 6 voor 9 in Manhattan 
maar ik ben in Brooklyn ----------------ik eet muffins en ik drink 
Pepsi en ik zit te denken hoe Brooklyn 
New York is ook----------vreemd eigenlijk----------meestal denk ik juist
dat het iets eigens heeft ----------------als Bellows Falls 
-------------------als Little Chute ----------------------als Uijongbu 
-----------------------------------------------------------Nooit dacht ik
op de Williamsburg Bridge dat ik zoveel naar Brooklyn zou komen
alleen om te zien dat agenten die niet eens wapens dragen en advocaten
mijn vrouw zouden meenemen en terugbrengen
------------------------------------------------------------------------------Nee 
en nooit dacht ik dat Dick terug zou zijn bij Gude 
de baard afgeschoren het lange haar geknipt en Carol 
die met haar neus in zijn boeken zat toen wij cribbage speelden 
en naar de zon keken die opkwam boven de Navy Yard tegen-
over de rivier
----------------------------------------------------------Ik denk dat ik mij voorstelde
als ik verder was dat ik op een plek zou zijn als Perry straat
geleerd bijzonder slank en erg-geliefd
spelend met de gedachte om mijn nieuwe gedichtenbundel 
te drukken in eenvoudig font op oud bruin papier 
vrouwelijk en prachtig en sterk

---

https://www.facebook.com/events/141352149314306/

maandag 2 januari 2012

Philip Larkin - Arrival


Blijfkomst

De ochtend, een glazen deur, flitst
goud-namen uit de nieuwe stad,
wier witte randen en koepels
de hele dag de lome lucht bereizen.
Ik kom om hier te blijven;
en de ramen klappen open
en de gordijnen vliegen uit als duiven
en t verleden droogt in een wind.

Laat me liggen nu, onder
breed vertakte onverschilligheid
gezichten als munten schuiven
naar de achtergrond van mijn geest,
stemmen zoeken, klinkend
bij t bargoens van motor-hoorns,
en laat de wanordelijke huizen
hun stomme leven voor zichzelf houden.

Want deze onwetendheid van mij
lijkt een soort van onschuld.
Ik zal ze snel genoeg verwonden:
laat me haar melk-bewolkte Eden
ademen tot dan toe,
tot mijn eigen leven haar vereist–
traag-vallend; grijs gesluierd; n diefstal,
een manier van sterven, slechts.


===


Arrival

Morning, a glass door, flashes
Gold names off the new city,
Whose white shelves and domes travel
The slow sky all day.
I land to stay here;
And the windows flock open
And the curtains fly out like doves
And the past dries in a wind.

Now let me lie down, under
A wide-branched indifference,
Shovel faces like pennies
Down the back of the mind,
Find voices coined to
An argot of motor-horns,
And let the cluttered-up houses
Keep their thick lives to themselves.

For this ignorance of me
Seems a kind of innocence.
Fast enough I shall wound it:
Let me breathe till then
Its milk-aired Eden,
Till my own life impound it –
Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,
A style of dying only.

By Philip Larkin
ongeveer 1950, gepubliceerd in Collected Poems 2003

dinsdag 6 december 2011

David Malouf - To Be Written in Another Tongue

Geschreven worden in een andere tong

Bijvoorbeeld, de taal waarin mijn grootvader
droomt nu hij dood is, of levend,
prevelde in zijn slaap. Wolken

drijven naar een andere wind, manen in daglicht
onderstrepen de stilte van een ander duister,
waar uilen vallen van de zon, roetzwarte spreeuwen

met andere namen dan wij kennen
zich in het schemerlicht verzamelen, de schaduw
korrel bij korrel laten vallen van hun lijven.

Zulke alledaagse gebeurtenissen
zijn gedichten van een andere tong en laten
zich niet vertalen. De uil

met zijn dikke bloed en oehoe-geluid een open snavel
te traag om de koppen van stofdeeltjes af te rukken.
Kolibries, als Giotto's betraande kamikaze-engelen

treuren in het besef
dat hun naam in een dode taal
een entree is tot een stalen volière of inhoudsopgave,

een soort van grijze Jardin des Plantes. Opa
mompelt onze namen in de aarde. Wij komen
uit zijn mond om op te lichten, als orakel-bellen.

Ik speur in de encyclopedie
naar een woord: heimwee, verlangen
van kleinzonen naar een taal

die de doden nog spreken, stervenden in hun slaap
nog prevelen, de komst
van gewone dingen, vreemd op de tong.


===

To Be Written in Another Tongue

As for example, the language in which my grandfather
dreams now he is dead, or living,
muttered in his sleep. Clouds

flow to a different breath, daylight moons hatch from the stillness
of a different dark,
where owls drop from the sun, dirt-coloured starlings

by other names than we know them gather
the dusk, grain by grain let fall the shadow of their bodies.
Such ordinary events

are poems in another tongue and no translation
possible. Owl
with its heavy blood and vowel an open mouth

too slow to snatch the heads off
dustmotes. Humming-birds
like Giotto’s tear-stained kamikaze angels

sorrow, having learned
their name in a dead language
is entrée to a steel-meshed aviary or Table of Contents,

some grey Jardin des Plantes. Grandfather mumbles
our names in the earth. We come
to light out of his mouth, oracular bubbles.

I range through the thesaurus
for a word: homesickness, yearning
of grandsons for a language

the dead still speak, the dying in their sleep still
mutter, the advent
of common objects, strange upon the tongue.

© 1992, David Malouf
Uit: Poems 1959-1989, University Queensland Press, St Lucia, 1992

zaterdag 24 september 2011

Gawein en de Groene Ridder

Deel 19

De Groene Ridder stond gewillig op de grond,
Met licht hellend hoofd om de huid te tonen.
Zijn knappe lange krullen schoof hij over zijn kruin,
Ontblootte de naakte nek voor het naderend geval.
Gawein nam de hakbijl en zwaaide hem omhoog,
Zette zijn linkervoet vastberaden naar voren,
En liet hem hard vallen op t vorstelijk vlees,
Zodat het scherpe blad erdoor ging, de botten verbrijzelde,
Diep sneed in t strakke vlees, het doormidden spleet,
En het blinkend stalen blad op de grond belandde.
Het fraaie hoofd, van de hals gehouwen, viel op de vloer.
De mensen trapten t weg toen het in de rondte tolde.
Bloed gutste uit het lijf, glansde tegen t groen.
En nog bezweek de kerel niet, noch aarzelde even,
Maar sprong resoluut vooruit, nog vast op de benen,
Taste in het wilde weg tussen de nobele edelen,
Greep zijn goddelijk hoofd en tilde het van de grond.
Daarop beende hij naar zijn paard, pakte de teugel,
Stapte in de stijgbeugel en hees zich omhoog.
Het hoofd hield hij vast bij de haren.
Hij zette zichzelf in het zadel, zo kalm,
Als wist hij van geen tegenslag, toch had hij
__Geen hoofd.
Hij draaide zijn romp in het rond,
Dat lelijk bloedend lijf gekloofd;
Men jankte en jammerde om t affront,
Van de vreeswekkend vrije kop beroofd.


===


Part 19
On the ground the Green Knight graciously stood,
With head slightly slanting to expose the flesh.
His long and lovely locks he laid over his crown,
Baring the naked neck for the business now due.
Gawain gripped his axe and gathered it on high,
Advanced the left foot before him on the ground,
And slashed swiftly down on the exposed part,
So that the sharp blade sheared through, shattering the bones,
Sank deep in the sleek flesh, split it in two,
And the scintillating steel struck the ground.
The fair head fell from the neck, struck the floor,
And people spurned it as it rolled around.
Blood spurted from the body, bright against the green.
Yet the fellow did not fall, nor falter one whit,
But stoutly sprang forward on legs still sturdy,
Roughly reached out among the ranks of nobles,
Seized his splendid head and straightway lifted it.
Then he strode to his steed, snatched the bridle,
Stepped into the stirrup and swung aloft,
Holding his head in his hand by the hair.
He settled himself in the saddle as steadily
As if nothing had happened to him, though he had
No head.
He twisted his trunk about,
That gruesome body that bled;
He caused much dread and doubt
By the time his say was said.

Uit: Sir Gawain and the Green Knight
Vertaling naar modern Engels: Brian Stone
Penguin Classics, 1e druk, 1959.

donderdag 4 augustus 2011

Thom Gunn - Moly

Moly


Angstdroom van beest, geknor, hoe kom ik bij.
Ik kwam bij. In welk beestvel dwong zij mij?

Leerachtig parende pad, nietsontziend,
Of flemend speelse hond, ´s mans slaafse vriend,

Of kat, zo prachtig springend op haar buit,
Die uren martelt, dan niet eet voluit:

Mot, papegaai, wolf, krokodil, haai, vlo.
Wat kiemen, wat een bende in mij zo.

Dit lijken stekels, en de huid is stroef,
Geen klauw of web hier: elke voet is hoef.

Wat voor bulk kan zo het systeem verstoren?
Ben vet-grauw, spek, doorregen. Heb flaporen.

Mijn wimpers 't enig menselijk in dezen.
Mijn tanden splijten. Ben het snuitig wezen

Dat bijt door alles, wortel, draad, of kan.
En was ik niet zo bang, ik at een man.

Oh, in mijn lijf is reeds een voet, een hand.
s Mans vlees dat waagde, - in zwijn beland.

Ik wroet en wroet, jij vindt dit te belust,
Dat is zo, maar ik zoek een plant, bewust.

Leid mij, die heilig is; God kan verrassen,
Naar waar de moly oplicht diep in grassen:

Magie in heilzaam vlees van elk blad en loot,
Melkwitte bloem tot zwart gevorkte schoot.

Bevrijd uit vette kerker kon ik zijn
Een trotse mens, en bergen op, het zwijn.

Ik duw mijn natte snuit door 't groen gelag,
En droom de bloem die ik nooit eerder zag.

===

Moly

Nightmare of beasthood, snorting, how to wake.
I woke. What beasthood skin she made me take?

Leathery toad that ruts for days on end,
Or cringing dribbling dog, man’s servile friend,

Or cat that prettily pounces on its meat,
Tortures it hours, then does not care to eat:

Parrot, moth, shark, wolf, crocodile, ass, flea.
What germs, what jostling mobs there were in me.

These seem like bristles, and the hide is tough.
No claw or web here: each foot ends in hoof.

Into what bulk has method disappeared?
Like ham, streaked. I am gross—grey, gross, flap-eared.

The pale-lashed eyes my only human feature.
My teeth tear, tear. I am the snouted creature

That bites through anything, root, wire, or can.
If I was not afraid I’d eat a man.

Oh a man’s flesh already is in mine.
Hand and foot poised for risk. Buried in swine.

I root and root, you think that it is greed,
It is, but I seek out a plant I need.

Direct me gods, whose changes are all holy,
To where it flickers deep in grass, the moly:

Cool flesh of magic in each leaf and shoot,
From milky flower to the black forked root.

From this fat dungeon I could rise to skin
And human title, putting pig within.

I push my big grey wet snout through the green,
Dreaming the flower I have never seen.


---o0o---

Thom Gunn, “Moly” from Selected Poems. Copyright © 2009 by Thom Gunn. Reprinted by permission of Farrar, Straus and Giroux.
Source: Selected Poems (Farrar Straus and Giroux, 2009)
http://www.poetryfoundatio​n.org/poem/237542